WETGEVING
3.1. Artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit van de Wet arbeid
vreemdelingen
Een tewerkstellingsvergunning wordt
geweigerd voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande in het verrichten van seksuele handelingen met
derden of voor derden (artikel 3 van het
Uitvoeringsbesluit van de Wet arbeid
vreemdelingen, hierna Besl. Ter ├╝itv.
Wav). In paragraaf 18 van het Delegatie en Uitvoeringsbesluit Wav (31 augustus 1995, Stcrt. 168) dienen onder
de in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit genoemde weigeringsgronden alle
werkzaamheden te worden begrepen
waarvan het niet ongebruikelijk is, dat
het verrichten van seksuele handelingen of het verlenen van seksuele diensten daarvan deel uitmaken, waaronder
ook het werken als striptease danseres,
of animeermeisje of in seks-shows.
Voor werkzaamheden in de prostitutie
wordt geen tewerkstellingsvergunning
afgegeven, omdat hiermee geen Nederlands belang wordt gediend. Een geweigerde tewerkstellingsvergunning
houdt in een weigering van de verblijfsvergunning.
Het kabinet
4 is voornemens om in ieder
geval tot en met de evaluatie van de wet
opheffing algemeen bordeelverbod, artikel 3, Besl.Ter uitv. Wav van toepassing te doen zijn op de prostitutiebranche.
4. Werken in de vrije termijn
Het is niet toegestaan om in de vrije termijn een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt (zoals een sticker
voor verblijfsaantekeningen) af te geven met daarop de aantekening dat arbeid in de prostitutie in de vrije termijn
is toegestaan (zonder een tewerkstellingsvergunning).
Het verrichten van werkzaamheden als
niet EU/EER-onderdaan in een seksinrichting in de vrije termijn leidt ertoe
dat de vrije termijn van rechtswege
vervalt en dat de prostituee niet langer
rechtmatig in Nederland verblijft.
In de parlementaire geschiedenis van
de Wav komt tot uitdrukking dat de
Wav een instrument is om een restrictief toelatingsbeleid van buitenlandse
werknemers te kunnen voeren met het
oogmerk de Nederlandse arbeidsmarkt
te beschermen. In dat kader is met name beoogd de illegale tewerkstelling
van arbeidskrachten krachtiger te bestrijden en is er een onverbrekelijke
samenhang aangebracht tussen de uitvoering en handhaving van de Wav en
de uitvoering en handhaving van de
Vreemdelingenwet (Vw). Artikel 12,
aanhef en onder e Vw brengt die samenhang tot uiting.
Op grond van artikel 8, eerste lid aanhef en onder c Vw heeft zich jurisprudentie ontwikkeld, nadat in de praktijk
was gebleken dat vreemdelingen in de
vrije termijn arbeid in loondienst komen verrichten zonder dat de werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. In de jurisprudentie
5
is het verrichten van dergelijke arbeid
in strijd met de openbare orde geoordeeld. Vervolgens is geoordeeld dat dit
van rechtswege het vervallen van de
vrije termijn meebrengt.
4.1. Arbeid in loondienst in de vrije
termijn
Werken in de vrije termijn is, behoudens artikel 1 Besl. Ter uitv. Wav, niet
mogelijk zonder dat de vreemdeling in
het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. Verblijfsaanvragen van prostituees van buiten de EU/EER, die
prostitutiearbeid in loondienst verrichten, moeten worden afgewezen wegens
het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning.
5. Arbeid als zelfstandige
Indien een prostituee een aanvraag
voor een vergunning tot zelfstandig
verblijf heeft ingediend dan vallen
prostitutiewerkzaamheden, totdat de
vergunning tot zelfstandig verblijf
wordt verleend, onder de Wav. Deze
arbeid is dus op grond van artikel 3 van
het Uitvoeringsbesluit van de Wav niet
toegestaan voor niet EU/EER-onderdanen.
5.1. Aanvragen om toelating als .
zelfstandige
Tijdens de parlementaire behandeling
van het wetsvoorstel tot opheffing van
het bordeelverbod is gesproken over
prostituees van buiten de EU/EER in
algemene zin, dus ook over zelfstandig
werkende prostituees. Ten aanzien van
deze laatste categorie gaat de regering
6
er vooralsnog vanuit dat met werkzaamheden in de prostitutie geen wezenlijk Nederlands belang is gediend.
Voor de beoordeling van aanvragen om
een vergunning tot verblijf voor het
verrichten van arbeid als zelfstandige
prostituee, die op grond van het gestelde in B12 Vc kunnen worden afgedaan,
dient in ieder geval te worden vastgesteld of er sprake is van zelfstandig ondernemerschap en of er een wezenlijk
Nederlands belang wordt gediend met
verblijf van de prostituee in Nederland.
De brief van het Ministerie van Economische Zaken van 30 september 1998
(zie bijlage) geeft hiervoor aanknopingspunten.
De algemene toelatingsvoorwaarden
terzake het beschikken over een geldig
nationaal paspoort, terzake het duurzaam en zelfstandig beschikken over
voldoende middelen van bestaan in de
zin van de Vreemdelingenwet, en terzake de openbare orde, openbare rust
en nationale veiligheid gelden onverkort.
5.2. Zelfstandig ondernemerschap
Het Nederlands toelatingsbeleid voorziet alleen in de toelating van vreemdelingen die hier te lande als zelfstandige
in de prostitutiebranche willen werken,
als de vreemdelingen voldoen aan de
voorwaarden zoals neergelegd in de
Vc, hoofdstuk B12.
Om vast te kunnen stellen of er sprake
is van zelfstandig ondernemerschap
moet volgens het advies van de Minister van Economische Zaken, d.d. 30
september 1998 (zie bijlage) aan een
aantal voorwaarden worden voldaan.
5.5. Wezenlijk Nederlands belang
Tot en met de evaluatie wordt aangenomen dat met het verrichten van werkzaamheden als prostituee door vreemdelingen van buiten de EU/EER geen
Nederlands belang is gediend.
7 De Minister van Economische Zaken stelt, in
een brief van 30 september 1998 (zie
bijlage) aan de Staatssecretaris van Justitie, dat met prostitutie geen wezenlijk
Nederlands belang wordt gediend. De
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in een advies van 9
april 1998 in een aantal individuele
aanvragen geoordeeld, dat niet is gebleken dat met het toelaten van buitenlandse prostituees een wezenlijk Nederlands volksgezondheidsbelang dan
wel een maatschappelijk welzijnsbelang is gediend.
5.4. Associatieovereenkomst
Ten aanzien van vreemdeling uit landen waarmee de EU associatieovereenkomsten is aangegaan wordt het beleid
gevoerd zoals neergelegd in B 12/4.2.3
van de Vc.
Doel van deze Associatieovereenkomsten is onder meer om economische
activiteiten en zelfstandig ondernemerschap voor onderdanen uit Associatielanden te bevorderen, door hen daartoe
binnen de EU/EER mogelijkheden te
bieden. Onderdanen van deze landen
kunnen zich als zelfstandig ondernemer in de EU/EER vestigen onder de18
NEMESIS 2000 nr. 6
Vorige

Arbeid in de prostitutie door niet EU/EER onderdanen - 2/6

Volgende